Opiliones, Hooiwagens.

  • Home
  • Voorouders
  • Tuin
  • Natuur
    • vogels
    • insecten
    • sprinkhanen
    • Diptera
    • Neuroptera
    • wespspin
    • hooiwagens
    • springstaarten
    • pissebedden
    • diversen
    • winter bos
  • Katten
  • Onderwater
  • links
  • contact

Recente aanpassing:

  • 22-02-2012
  • 18-01-2012
  • 15-01-2012
  • 17-12-2011
  • 12-12-2011
  • 25-11-2011
  • 18-11-2011
  • 13-11-2011
  • 02-11-2011
  • 28-10-2011
  • 22-10-2011
  • 20-10-2011

Nederlands
Nederlands

English
English

 

 

Order: Opiliones, Hooiwagens

Inleiding:

Bij het zoeken naar springstaarten kom je natuurlijk ook hooiwagens tegen. Voor de fotograaf zijn het leuke onderwerpen die vaak lang stil blijven zitten en een foto reeks mogelijk maken. Zo fotografeerde ik in het bos vlak bij mijn huis een hooiwagen die erg stil zat. Omdat je met macro fotografie weinig diepte scherpte hebt, maakte ik een serie foto's met de scherpte op verschillende plaatsen. Met het programma CombineZM kun je de serie verwerken tot één enkele foto met een grote dieptescherpte.
Het resultaat sprak me aan, daarom besloot ik deze even op het forum van waarneming.nl te tonen.

Platybunus pinetorum
Platybunus pinetorum met CombineZM bewerkte foto

Dit bracht een onverwachte reactie op gang. De foto was in de winter gemaakt en dan komt van de grote hooiwagens alleen de voorjaars hooiwagen Rilaena triangularis in aanmerking, aangezien die niet als ei maar als larve de winter doorkomt. En ja, ook nog een zeldzame soort, maar dat verwacht je niet. De admin van het forum reageerde echter met de opmerking dat ik de naam moest wijzigen in die van de zeldzame hooiwagen Platybunus pinetorum en dan eens afwachten wat de experts daar op zouden zeggen. Geheel onverwacht had ik een dier gefotografeerd dat alleen van enkele plaatsen op de Veluwe bekend was en nu dus ook uit Drenthe.

Platybunus pinetorum man
Platybunus pinetorum man

 

Algemeen:

In Nederland komen nu 30 soorten voor. Wereldwijd ongeveer 7000 soorten. Een overzicht van de Nederlandse soorten uit 1975 vermeldt 21, (Spoek 1975). De laatste 35 jaren zijn er dus liefst 9 soorten bijgekomen, een toename van 21 naar 30 dus 42 procent toename. Het zijn soorten uit het zuiden van Europa en Noord Afrika die naar het noorden uitbreiden.
In volgorde van eerste waarneming met achteraan de auteur die de eerste waarneming in Nederland beschreef met soms de mogelijkheid dit document te downloaden vanaf de website van Naturalis.nl en natur-in-nrw.de:
1991 Opilio canestrinii (Thorell, 1876) (Weele 1993)
1993 Dicranopalpus ramosus (Simon, 1909) (Cuppen 1994)
1997 Nemastoma bimaculatum (Fabricius, 1775) (Wijnhoven 1997)
1997 Trogulus nepaeformis (Scopoli, 1763) (Wijnhoven 1998ab
1998 Platybunus pinetorum (C.L. Koch, 1839) (Wijnhoven 1998ba)
2002 Leiobunum sp. A (Wijnhoven et al. 2007) pdf
2003 Astrobunus laevipes laevipes (Canestrini, 1872) (Wijnhoven 2003) pdf
2004 Nelima sempronii Szalay, 1951 (Wijnhoven 2005) pdf
2006 Nelima doriae (Canestrinii, 1871) (Wijnhoven 2007) pdf

Rode hooiwagen, Opilio canestrinii
Rode hooiwagen, Opilio canestrinii

 

Hooiwagens worden vaak spinnen genoemd maar ze zijn een aparte orde. Het verschil met de spinnen is, dat ze zo op het oog uit één bolletje met poten bestaan, spinnen hebben altijd een kop borststuk met een achterlijf dus een duidelijke tweedeling. Verder hebben ze geen mogelijkheid om een web te spinnen, ze kunnen geen zijde produceren. Wat ook ontbreekt, zijn de gifklieren die spinnen wel hebben. Het verhaal dat de hooiwagens heel erg giftig zijn klopt dus niet. Wel kunnen ze ter verdediging een stinkende vloeistof loslaten.
Hun voedsel verkleinen ze met de scharen die aan de cheliceren zitten. Hieronder op de foto van een dood mannetje strekpoot, dat ik in een spinnenweb heb gevonden, kun je duidelijk zien hoe dit zit. Het is een soort kreeftenschaar. Het geheel bestaat uit drie onderdelen, het eerste onderdeel staat naar voren, de tweede naar beneden en vormt met het derde de schaar. Het dode dier heb ik op zijn rug neergelegd, zodat je de scharen goed ziet. Vaak zijn deze cheliceren bij de mannetjes vergroot. Een goed voorbeeld vormt de man van de gewone hooiwagen, die je van afstand kunt herkennen aan de grote cheliceren.
Naast de cheliceren zitten de pedipalpen, op de foto steken ze naar voren en lopen uit beeld, op de foto hierboven, van de rode hooiwagen, kun je ze duidelijk zien. Bij de strekpoot zijn de pedipalpen gevorkt, waaraan je de soort kunt herkennen. Vaak zijn ze verschillend uitgevoerd bij de geslachten, bij de strekpoot heeft de man dunnere pedipalpen dan het vrouwtje en bij de vrouw zitten er haren op.
Verder zie je aan beide kanten de vier loop poten, dat wil zeggen de aanhechting, want dit exemplaar is een aantal poten kwijt.

strekpoot, Dicranopalpus ramosus man
strekpoot, Dicranopalpus ramosus man

Ter vergelijk even een spin en een hooiwagen naast elkaar.

spin
spin

hooiwagen
hooiwagen

De ogen staan bij de hooiwagens op een heuveltje boven op het lichaam, ze hebben twee ogen, spinnen hebben doorgaans acht of zes ogen. Hooiwagens zijn over het algemeen alleseters. Ze eten dus zowel plantaardig als dierlijk voedsel, hoewel er soorten zijn die alleen dierlijk voedsel nemen. Vaak zijn het aas eters en leven ze verder van rottende planten, kleine ongewervelden enz.
Hooiwagens leven over het algemeen een jaar en de voortplanting gaat via eieren. De vrouwtjes zetten de eieren met een legboor af in de grond of op vochtige plaatsen zoals in spleten in de schors van bomen. De meeste soorten overwinteren als ei.
In het Engels noemt men de hooiwagens: harvestmen of daddy longlegs. De laatste naam is verwarrend omdat die ook wordt gebruikt voor een spin en voor langpootmuggen.

daddy longlegs:

langpootmug
langpootmug_daddy longlegs

trilspin
trilspin_daddy longlegs

hooiwagen
hooiwagen_daddy longlegs

mijten

Hooiwagens hebben vaak last van parasitaire mijten. Op de poten zoals bij deze twee Platybunus pinetorum, maar soms ook op het lichaam. Het zijn de larven van de fluweelmijt, zie ook de bladzijde diversen met meer informatie over en foto's van de fluweelmijt.

Platybunus pinetorum met mijt
Platybunus pinetorum met mijt

Platybunus pinetorum met mijt
Platybunus pinetorum met mijt

 

Soortbeschrijving:

familie: Nemastomatidae, 5 soorten in Nederland, van 3 heb ik foto's
Mitostoma chrysomelas (Hermann, 1804)
Nemastoma dentigerum Canestrini, 1873
Nemastoma lugubre (Mueller, 1776)

Mitostoma chrysomelas

Mitostoma chrysomelas is redelijk gemakkelijk te herkennen aan de twee palpen die als een soort van vork vooruit steken. Deze palpen zijn dicht met haartjes bezet waarop een druppel kleefstof zit. Het is een kleine hooiwagen, lichaamslengte vrouwtjes tot 2mm, mannetjes tot 1,6mm. Hij heeft wel lange poten. Meestal vind ik hem onder oud hout en oud loszittend schors maar ook wel onder steen. Hij loopt vaak behoorlijk snel en het is lastig goede foto's van hem te maken. Zit hij even stil, dan is het een zeer fotogeniek dier.
Een artikel (Engels) met opmerkingen over de systematiek van deze soortgroep door J. Meijer (Meijer 1973) is te downloaden van de Naturalis website. pdf

Mitostoma chrysomelas juveniel
Mitostoma chrysomelas juveniel

Mitostoma chrysomelas juveniel
Mitostoma chrysomelas juveniel

Mitostoma chrysomelas juveniel
Mitostoma chrysomelas juveniel

Mitostoma chrysomelas juveniel
Mitostoma chrysomelas juveniel

Mitostoma chrysomelas adult
Mitostoma chrysomelas adult

Mitostoma chrysomelas adult
Mitostoma chrysomelas adult

 

Nemastoma dentigerum

Nemastoma dentigerum behoort ook tot de kleinere soorten, zoals trouwens deze hele familie. Lichaamslengte vrouwtjes tot 1.9mm, mannetjes tot 1,7mm. Bij het zoeken naar springstaartjes kwam ik dit dier tegen en ik was zeer verrast, aangezien ik nog nooit eerder een geheel zwarte hooiwagen had gezien. Volgens waarneming.nl komen de dieren langs de rivieren, het IJsselmeer en in het westen van het land voor. Ik heb sterk de indruk dat er niet goed naar wordt gezocht, want ik vond hem behalve in het bos van de boswachterij Odoorn, vlak bij mijn huis, ook nog eens in het Midwolderbos in de provincie Groningen. En bij het nakijken van de foto's op waarneming.nl blijkt dat hij al vaker ook uit noord Groningen is gemeld, de informatie is dus op waarneming duidelijk verouderd.

Nemastoma dentigerum
Nemastoma dentigerum

Nemastoma dentigerum
Nemastoma dentigerum

 

Er is een klein probleempje bij het herkennen van deze soort. Er schijnen ook zwarte vormen voor te komen van de soorten die normaal gesproken witte vlekken hebben. Het gevolg is dan dat je een geheel zwarte hooiwagen Nemastoma dentigerum noemt, terwijl het een zwarte uitvoering van één van de andere soorten is. Het is alleen duidelijk als je een mannetje hebt, die heeft op de palpen een tandje. Onder een stuk schors in de boswachterij Schoonoord vind ik eindelijk een mannetje waarbij ik ook nog het tandje op de foto krijg (het haakje aan de onderkant van de bovenste palp), wat dit dier een zekere Nemastoma dentigerum maakt.

Nemastoma dentigerum, man
Nemastoma dentigerum, man. 14-12-2011

 

Nemastoma lugubre

Van de vorige soort verschilt Nemastoma lugubre door het bezit van twee witte vlekken. Er komt nog een soort voor in Nederland met dergelijke vlekken, Nemastoma bimaculatum maar deze soort is erg zeldzaam en heeft inkepingen in de vlekken. Het onderscheid is miniem en erg moeilijk te zien. Lichaamslengte vrouwtjes tot 2.7mm, mannetjes tot 1,8mm.

Nemastoma lugubre
Nemastoma lugubre

Nemastoma lugubre
Nemastoma lugubre

Nemastoma lugubre
Nemastoma lugubre

Nemastoma lugubre
Nemastoma lugubre

Nemastoma lugubre
Nemastoma lugubre

 

familie: Phalangiidae 20 soorten in Nederland, van 15 soorten heb ik foto's
Dicranopalpus ramosus (Simon, 1909). Strekpoot
Lacinius ephippiatus (C.L. Koch, 1835).
Leiobunum blackwalli Meade, 1861.
Leiobunum rotundum (Latreille, 1798).
Leiobunum spec A. Reuzenhooiwagen.
Lophopilio palpinalis (Herbst, 1799).
Mitopus morio (Fabricius, 1795).
Oligolophus hanseni (Kraepelin, 1896).
Oligolophus tridens (C.L. Koch, 1836). Drietand hooiwagen
Opilio canestrinii (Thorell, 1876). Rode hooiwagen
Opilio saxatilis C.L.Koch 1839.
Paroligolophus agrestis (Meade, 1855). Bonte hooiwagen
Phalangium opilio Linnaeus, 1758. Gewone hooiwagen
Platybunus pinetorum (C.L. Koch, 1839).
Rilaena triangularis (Herbst, 1799). Voorjaars hooiwagen

 

Strekpoot, Dicranopalpus ramosus

Eén soort uit deze familie is erg makkelijk herkenbaar, het is de strekpoot Dicranopalpus ramosus. De naam zegt het al dit dier zit meestal met gestrekte poten, alle vier naast elkaar en heeft dan ook nog typisch voor deze soort erg lange gevorkte palpen, geen poten maar mondwerktuigen. Het lijkt erop dat hij vijf paar poten heeft, dat is dus niet zo, alle hooiwagens hebben vier paar poten net als de spinnen trouwens en de mijten, vandaar dat ze worden ingedeeld bij de spinachtigen.
Origineel kwam deze soort voor in Marokko, maar is nu over geheel Europa verspreid. Deze soort komt pas sinds 1993 (eerste waarneming) in Nederland voor (Cuppen 1994) maar is nu al een gewone soort geworden, ze zijn vrij laat in het jaar volwassen, meestal vanaf augustus. Lichaamslengte vrouwtjes tot 6mm, mannetjes tot 4mm. De vrouwtjes hebben een bult achter op het lichaam. Verder zijn de pedipalpen van het vrouwtje ronder en meer behaard dan van het mannetje.
Er is individueel veel verschil in kleur, zie de foto van een heel donker vrouwtje.
De kleurvorm waarbij een donkere band over de ogen loopt, wordt op de Duitse website Wiki des Spinnen-Forums de kleurvorm "Zorro" genoemd.

Dicranopalpus ramosus vrouw
Strekpoot, Dicranopalpus ramosus vrouw

Dicranopalpus ramosus man
Strekpoot, Dicranopalpus ramosus man

Dicranopalpus ramosus vrouw
Strekpoot, Dicranopalpus ramosus vrouw

Dicranopalpus ramosus vrouw
Strekpoot, Dicranopalpus ramosus vrouw

Dicranopalpus ramosus vrouw
Strekpoot, Dicranopalpus ramosus vrouw

Dicranopalpus ramosus man
Strekpoot, Dicranopalpus ramosus man

Dicranopalpus ramosus man
Strekpoot, Dicranopalpus ramosus man

Dicranopalpus ramosus man
Strekpoot, Dicranopalpus ramosus man

Dicranopalpus ramosus man
Strekpoot, Dicranopalpus ramosus man, in zijn geheel op de foto

21-02-2012 Na het avondeten zie ik ineens een hooiwagen over tafel lopen, De manier van bewegen doet me denken aan een strekpoot, maar hij is heel erg klein, het lichaam is ongeveer 1mm lang. Het lukt me om een paar foto's te maken op een van de folders die op tafel liggen. Bij het bekijken van de foto's zie ik dat de gevorkte palpen al aanwezig zijn en ook de zwarte dwarsstreep is al zichtbaar. Het is dus duidelijk een jonge Dicranopalpus ramosus.

Dicranopalpus ramosus juveniel
Dicranopalpus ramosus juveniel

Dicranopalpus ramosus juveniel
Dicranopalpus ramosus juveniel

 

Lacinius ephippiatus

Lacinius ephippiatus is een middelgrote hooiwagen met op de rug een rechthoekige zadeltekening, tenminste bij de mannen. Er is een drietand voor de ogen. De vrouwen worden maximaal 4,8mm, de mannen 4,3mm. De dieren vind ik in het bos onder stukken los schors. Op enkele plaatsen in het bos heb ik daar gevonden los schors zo neergelegd dat het met de holle kant naar onderen ligt. Op mijn wandelingen controleer ik ze iedere keer en vaak blijkt er een hooiwagen onder te zitten. Ik heb sterk de indruk dat het ook een favoriete plaats voor hooiwagens is om te vervellen.

Lacinius ephippiatus vrouw
Lacinius ephippiatus vrouw

Lacinius ephippiatus man
Lacinius ephippiatus man

Lacinius ephippiatus 
    met vervellingshuid
Lacinius ephippiatus met vervellingshuid

 

Leiobunum blackwalli

Bij het onkruid trekken in de tuin op 22-08-2011 zie ik een grote hooiwagen wegrennen. Het is Leiobunum blackwalli, een vrouwtje. Ik heb geen foto toestel bij me en doe de hooiwagen in een emmer, daarin is later ook de foto gemaakt. De vrouwen van deze soort worden maximaal 5,2mm de mannen 3mm. Onderscheiden van de volgende soort is niet moeilijk, bij de vrouwen al helemaal niet, bij de mannen iets moeilijker, maar ook makkelijk te doen. De zadelvlek op de rug van het vrouwtje is min of meer een driehoek die plotseling stopt en gevolgd wordt door een licht gekleurd segment. Bij de man moet je naar de oogheuvel kijken. De oogheuvel heeft bij beide geslachten een donkere streep in het midden en lichte randen rond de ogen. 26-08-2011 Zit er weer één in de tuin, hiervan kan ik één foto maken voor dat ze wegrent. 28-10-2011 Nu vind ik een vrouwtje dat in het tuinhuisje is gekropen. Ze zit prachtig stil en zo kan ik ook een foto maken van de zijkant. Opvallend vind ik het dat er alleen maar vrouwtjes in de tuin zitten, mannen heb ik tot nu toe niet gezien.
Vrijwel dagelijks zitten er hooiwagens in het tuinhuisje. Vandaag 25-11-2011 overkomt me waar ik al erg lang op gewacht heb, er zit een man blackwalli op de wand. Dit is de eerste keer dat ik van deze soort een man zie, hij valt op door de erg lange poten en het heel kleine lichaam. Op 11-12-2011 zit er een tweede, het is een ander exemplaar, beide missen een poot maar elk aan een andere kant.

Leiobunum blackwalli vrouw
Leiobunum blackwalli vrouw

Leiobunum blackwalli vrouw
Leiobunum blackwalli vrouw

Leiobunum blackwalli vrouw
Leiobunum blackwalli vrouw

Leiobunum blackwalli vrouw
Leiobunum blackwalli vrouw

Leiobunum blackwalli man
Leiobunum blackwalli man 25-11-2011

Leiobunum blackwalli man
Leiobunum blackwalli man 11-12-2011

 

Leiobunum rotundum

Deze hooiwagen zoekt zijn soortgenoten op en in het natuurgebied Het Metbroekbosch in Smeerling heb ik de soort op verschillende plaatsen gevonden op 22-07-2011. Eerst een viertal in een hopplant dicht bij elkaar, ook enkelingen op brandnetel en later op drie verschillende eikenbomen in een veel grotere groep. Het is een vreemd gezicht als je bij zo'n boom komt, zie je een hooiwagen naar de achterkant van de stam rennen. Je loopt ook om de stam en ziet dan een hele groep hooiwagens voor je uit rennen. Dit wegrennen zie je soms ook bij Platybunus pinetorum maar dan is er maar één exemplaar dat wegrent en deze springt van de boom als je te snel nadert, dit afspringen heb ik bij rotundum niet gezien.
Leiobunum rotundum heeft erg lange poten en heeft een maximale lichaamslengte voor de vrouwen van 5.9mm, voor de mannen 3.6mm. Heel opvallend en een soortkenmerk is de zwarte oogheuvel met lichtere streep in het midden. De mannen zijn roodachtig zonder tekening de vrouwen hebben een zwarte rechthoek op de rug en een zwarte driehoek voor de ogen.

Leiobunum rotundum man
Leiobunum rotundum man

Leiobunum rotundum man
Leiobunum rotundum man

Leiobunum rotundum vrouw
Leiobunum rotundum vrouw

Leiobunum rotundum vrouw
Leiobunum rotundum vrouw

Leiobunum rotundum stel
Leiobunum rotundum stel

Leiobunum rotundum stel
Leiobunum rotundum stel

 

Reuzenhooiwagen, Leiobunum spec.A

Hoewel deze hooiwagensoort al een vijftal jaren in Nederland voorkomt is nog steeds niet vastgesteld welke soort het exact is.
Na een aantal mislukte pogingen om de reuzenhooiwagen op de foto te krijgen is het vandaag 15-01-2012 eindelijk gelukt. Vorige week stuurt Peter Wieringa mij een foto die hij met zijn telefoon heeft gemaakt van een grote hooiwagen uit Kampen. We zijn het er direct over eens dat dit de hooiwagen is waar we al vaker samen naar op zoek zijn geweest en dat dit de eerste waarneming uit Overijssel is. We besluiten er na een week weer te gaan kijken of hij terug te vinden is en er goede foto's van te maken, deze dag komen we er haast langs omdat we in Utrecht moeten zijn. We hebben geluk en vinden het dier terug, hij zit op hetzelfde kleine lemen gebouwtje, alleen op een andere muur. Het is echt een dier met enorm lange poten en een groot lichaam, voor mij de grootste die ik tot nu toe heb gezien.
Het dier is veel geobserveerd door Hay van Wijnhoven zie (in het Engels) Wijnhoven, Hay (2011): pdf met een uitgebreide beschrijving van het gedrag van dit dier.

Leiobunum spec A
Leiobunum spec A

Leiobunum spec A
Leiobunum spec A

Leiobunum spec A
Leiobunum spec A

Leiobunum spec A
Leiobunum spec A

 

Lophopilio palpinalis

Lophopilio palpinalis wordt tot 4mm lang. Eerst wat foto's van een nog onvolwassen dier. Volgens het boekje is deze soort vanaf augustus volwassen. Op 15-07-2011 zijn de twee middelste foto's gemaakt en dit dier is volwassen, kennelijk zijn ze vroeg dit jaar.
Kenmerkend zijn vier tandjes op de oogheuvel waarbij de tweede iets langer is, vanaf de zijkant lijkt het een kroontje. Vooraan bevindt zich een drietand met de middelste tand als langste. De soort is vrij zeldzaam.

Lophopilio palpinalis
Lophopilio palpinalis 20-06-2011

Lophopilio palpinalis
Lophopilio palpinalis 20-06-2011

Lophopilio palpinalis
Lophopilio palpinalis 15-07-2011

Lophopilio palpinalis
Lophopilio palpinalis 15-07-2011

Lophopilio palpinalis
Lophopilio palpinalis 27-08-2011

Lophopilio palpinalis
Lophopilio palpinalis 15-10-2011

Lophopilio palpinalis
Lophopilio palpinalis 15-10-2011

 

Mitopus morio

De vrouwtjes worden tot ruim 8,2mm, mannetjes tot 5,3mm. Het is van de hooiwagens de soort die het grootste verspreidings gebied heeft, alle gematigde en koude gebieden van Europa, Azië en Noord Amerika. De soort is langpotig, al hebben de dieren uit koudere gebieden (het hooggebergte en de noordelijke koude gebieden) kortere poten. Deze dieren hebben vaak een lichte streep op de rug. Bij dieren uit Nederland en Noord Duitsland kan deze lichte streep ook voorkomen.

Mitopus morio juveniel
Mitopus morio juveniel

Mitopus morio juveniel
Mitopus morio juveniel

Mitopus morio man
Mitopus morio man

Mitopus morio vrouw
Mitopus morio vrouw

Mitopus morio man
Mitopus morio man

Mitopus morio vrouw
Mitopus morio vrouw

 

Oligolophus hanseni

De hooiwagen Oligolophus hanseni is klein en lijkt veel op de drietandhooiwagen. Je kunt hem er van onderscheiden door de oogheuvel. Bij de drietand is de oogheuvel glad en licht van kleur, bij hanseni is de oogheuvel donker met lichte tanden. Beide dieren hebben voor de ogen aan de rand van het lichaam een aantal tanden. Hanseni heeft vijf tandjes op een rij waar de drietand er drie heeft.
Vrouwtjes van deze soort kunnen maximaal 5mm, mannetjes 3,5mm worden. Het is een algemeen voorkomende soort. Dieren die gefotografeerd zijn op een donkere rood bruine achtergrond zitten onder stukken dood schors, dieren met een groene achtergrond zitten op beuken stammen.

Oligolophus hanseni
Oligolophus hanseni

Oligolophus hanseni
Oligolophus hanseni

Oligolophus hanseni
Oligolophus hanseni

Oligolophus hanseni
Oligolophus hanseni

Oligolophus hanseni
Oligolophus hanseni

Oligolophus hanseni
Oligolophus hanseni

Oligolophus hanseni
Oligolophus hanseni, (drie met CombineZM bewerkte foto's)

 

Drietandhooiwagen, Oligolophus tridens

De Drietandhooiwagen, Oligolophus tridens heeft drie stekeltjes voor de oogheuvel waarvan de middelste het langst is. De tekening op de rug is een niet erg duidelijk afgetekend rechthoekig zadel, dat aan de achterkant eindigd in twee naar achteren gebogen halve cirkels. Daarachter zie je vaak nog twee stippen. Het komt ook voor dat het lichaam erg licht van kleur is zonder dat het zadel zichtbaar is, de kleur is dus een niet bruikbaar kenmerk bij deze soort. Overigens zijn ook andere soorten variabel in kleur.
De eerste twee foto's laten de drietand en de rugtekening bij het vrouwtje goed zien. Bij de onderste foto van de man is ook duidelijk zichtbaar dat de middelste van de drie tanden het langst is. Beide geslachten kunnen een lichaamslengte van 5,2mm halen. Ze hebben korte poten, het zijn kleine dieren en het is een veel voorkomende soort. Onder losliggend schors in het bos en tussen het gras en onkruid kom je ze veel tegen, ook zitten ze vaak op de bladeren van de brandnetel.

Oligolophus tridens
Drietandhooiwagen, Oligolophus tridens

Oligolophus tridens
Drietandhooiwagen, Oligolophus tridens

Oligolophus tridens man
Drietandhooiwagen, Oligolophus tridens, man

Oligolophus tridens man
Drietandhooiwagen, Oligolophus tridens, man

Oligolophus tridens man
Drietandhooiwagen, Oligolophus tridens, man

 

Rode hooiwagen, Opilio canestrinii

Deze hooiwagen is voor het eerst in Nederland waargenomen in 1991 (Van der Weele 1993), tegenwoordig is het een veel voorkomende soort. Herkenbaar door de lichte dwars strepen op de rug. De oogheuvel is hoog en heeft tot vijf tanden, de ogen zijn wit omrand. De poten zijn voorzien van rijen zwarte tandjes en zijn zeer lang. Lichaamslengte vrouwtjes tot 8.1mm, mannetjes tot 6.1mm. Volwassen vanaf juli tot en met december.
Eind mei 2011 vind ik al kleine hooiwagens, met een leuke tekening. Dit kunnen met dit patroon van stippen en strepen volgens mij alleen maar rode hooiwagens zijn, helemaal zeker ben ik er niet van. De eerste foto is van 31 mei de tweede van 13 juni 2011.

Rode hooiwagen, Opilio canestrinii juveniel
Rode hooiwagen, Opilio canestrinii juveniel

Rode hooiwagen, Opilio canestrinii juveniel
Rode hooiwagen, Opilio canestrinii juveniel

Rode hooiwagen, Opilio canestrinii
Rode hooiwagen, Opilio canestrinii

Rode hooiwagen, Opilio canestrinii
Rode hooiwagen, Opilio canestrinii

Rode hooiwagen, Opilio canestrinii man
Rode hooiwagen, Opilio canestrinii man

Rode hooiwagen, Opilio canestrinii vrouw
Rode hooiwagen, Opilio canestrinii vrouw

Rode hooiwagen, Opilio canestrinii net verveld,
    oude huid ligt er onder
Rode hooiwagen, Opilio canestrinii net verveld, oude huid ligt er onder

Hieronder twee foto's van een donker gekleurd exemplaar.

Rode hooiwagen, Opilio canestrinii vrouw
Rode hooiwagen, Opilio canestrinii vrouw

Rode hooiwagen, Opilio canestrinii vrouw
Rode hooiwagen, Opilio canestrinii vrouw

 

Opilio saxatilis

Deze hooiwagen is van oorsprong een Zuid Europese soort die door de mens over geheel Europa is verspreid. De soort houdt van droge warme plaatsen. Ik vond hem 28-06-2011 op een muurtje van een grote plantenbak in de tuin van een kasteeltje in Vlaanderen. De vrouwtjes worden tot 6 mm lang, de mannetjes tot 5,2mm. Ze zijn volwassen vanaf juli tot december. Kenmerkend voor deze soort is de enkele tuberkel (tand) aan de zijkant naast de oogheuvel.
30-07-2011. Vanmorgen heb ik deze soort in de eigen tuin gevonden. Dit exemplaar is waarschijnlijk nog niet helemaal volwassen, maar moet nog een keer vervellen. De twee onderste foto's zijn van mijn "eigen" dier.

Opilio saxatilis
Opilio saxatilis

Opilio saxatilis
Opilio saxatilis

Opilio saxatilis
Opilio saxatilis

Opilio saxatilis
Opilio saxatilis

 

Bonte hooiwagen, Paroligolophus agrestis

Kleine, kort potige soort. Brede lichte streep over de rug en een vijftandig heuveltje voor op het lichaam. Lichaamslengte vrouwtjes tot 4.5mm, mannetjes tot 3.6mm. De dieren zijn volwassen vanaf juli en kunnen bij zachte winters tot aan maart worden waargenomen.

Paroligolophus agrestis
Bonte hooiwagen, Paroligolophus agrestis

Paroligolophus agrestis
Bonte hooiwagen, Paroligolophus agrestis

Paroligolophus agrestis
Bonte hooiwagen, Paroligolophus agrestis juv

Paroligolophus agrestis
Bonte hooiwagen, Paroligolophus agrestis

Paroligolophus agrestis
Bonte hooiwagen, Paroligolophus agrestis

Paroligolophus agrestis
Bonte hooiwagen, Paroligolophus agrestis

 

Gewone hooiwagen, Phalangium opilio

Grote langbenige hooiwagen met een karakteristieke witte onderkant. Lichaamslengte vrouwtjes tot 7mm, mannetjes tot 6mm. Op de rug een duidelijke zadel tekening. De mannetjes hebben een zeer grote doorn op de cheliceren, dit is zeer opvallend en maakt de mannen makkelijk herkenbaar. De vrouwtjes kun je eventueel verwarren met die van Mitopus morio, maar zijn duidelijk te herkennen aan de twee tanden boven de cheliceren, de twee witte puntjes op de foto die je ziet uitgaande van de oogheuvel naar voren op de rand van het witte vlak dat je dan tegenkomt. Dit is een soort die van warmte houdt en je kunt hem vinden op open plaatsen, zelfs in de zon. In donkere bossen zul je hem niet aantreffen.

Phalangium opilio man
Gewone hooiwagen, Phalangium opilio man

Phalangium opilio man
Gewone hooiwagen, Phalangium opilio man

Phalangium opilio vrouw
Gewone hooiwagen, Phalangium opilio vrouw

Phalangium opilio vrouw
Gewone hooiwagen, Phalangium opilio vrouw

Phalangium opilio vrouw
Gewone hooiwagen, Phalangium opilio vrouw

Phalangium opilio juveniel
Gewone hooiwagen, Phalangium opilio juveniel

Phalangium opilio juveniel
Gewone hooiwagen, Phalangium opilio juveniel

Phalangium opilio juveniel
Gewone hooiwagen, Phalangium opilio juveniel

Er zit een addertje onder het gras bij de determinatie van de gewone hooiwagen, als je denkt dat deze soort al lang volwassen is en je komt een klein exemplaar tegen met een redelijk gladde oogheuvel, ben je geneigd om er een M. morio van te maken. Ook de twee tandjes boven de palpen zijn bij de jonge dieren nog vaak niet aanwezig. Dat overkomt mij bij het dier van de twee foto's hieronder. De foto is gemaakt in januari 2012 en als je dan een kleine hooiwagen vindt denk je aan de kleine soorten. Maar van Phalangium opilio kun je het hele jaar door jonge en nog niet volwassen exemplaren tegen komen. Dit dier zat op een paaltje langs een grasveld in Kampen. Op zo'n open plaats moet je dus eerst eens kijken of het geen gewone hooiwagen kan zijn.

Phalangium opilio juveniel
Gewone hooiwagen, Phalangium opilio juveniel

Phalangium opilio juveniel
Gewone hooiwagen, Phalangium opilio juveniel

Phalangium opilio vechtende mannen
Gewone hooiwagen, Phalangium opilio vechtende mannen

 

Platybunus pinetorum

Dit is een in Nederland nog zeer zeldzame hooiwagen die naar het lijkt zich sterk aan het uitbreiden is. Tot 2010 was hij van enkele plaatsen in midden Nederland bekend. In 2011 komen daar bij Zuid Limburg, omgeving Apeldoorn, omgeving Ommen en de boswachterij Odoorn in Drenthe. Zie ook dit artikel (Wijnhoven en Noordijk, 2011) pdf
De soort overwintert als juveniel, evenals de voorjaarshooiwagen. Vanaf eind maart tot eind juni zijn de dieren volwassen. Lichaamslengte vrouwtjes tot 8mm, mannetjes tot 5.6mm. Deze dieren tref je aan op de koelere plaatsen, vooral dicht bos. De meeste exemplaren vind ik op de stammen van loofbomen, beuk, berk, eik maar ook op naaldhout. Stammen van naaldbomen hebben een ruige bast en het is hierop moeilijker om de dieren te zien, ze zitten er wel degelijk. Platybunus heeft een erg brede oogheuvel, die weinig is ingedeukt tussen de ogen, bij de voorjaarshooiwagen is de deuk dieper en de heuvel smaller. Zie ook de foto's helemaal onderaan waar beide soorten naast elkaar staan. Opvallend is de sterke tekening van de vrouwtjes en het zeer donker van kleur zijn van de mannen. Beide geslachten hebben flinke tanden op de pedipalpen, dit is al bij onvolwassen dieren te zien.
Op de oude vindplaatsen treft men vaak alleen vrouwtjes aan, mannen zijn een uitzondering. In Odoorn vind ik zowel mannen als vrouwen, iets meer vrouwen. De veronderstelling is dat de dieren een besmetting hebben met een bacterie (Wolbachia of Cardinium) die voorkomt dat er mannen worden geboren en de vrouwtjes parthenogenetisch laat voortplanten. Een Engels artikel (Martin, 2009) hierover kun je hier pdf downloaden. Volgens Hay Wijnhoven komt dit verschijnsel ook voor bij de Nederlandse populatie van de hooiwagen Trogulus tricarinatus. De toekomst moet uitwijzen of de populatie in Odoorn ook steeds meer vrouwen en minder mannen zal hebben.

Platybunus pinetorum vrouw
Platybunus pinetorum vrouw

Platybunus pinetorum man
Platybunus pinetorum man

Platybunus pinetorum vrouw
Platybunus pinetorum vrouw

Platybunus pinetorum man
Platybunus pinetorum man

Platybunus pinetorum man
Platybunus pinetorum man

Platybunus pinetorum vrouw
Platybunus pinetorum vrouw

Platybunus pinetorum juveniel
Platybunus pinetorum juveniel

07-09-2011 De afgelopen week heb ik meerdere malen kleine hoowagens gevonden die volgens mij echt jongen van deze soort zijn. Ze liepen echter steeds zo snel weg op hun tak of schorsje waaronder ik ze had gevonden dat ik geen foto's kon maken. Vandaag is er één die stil blijft zitten, zelfs als er een springstaartje over hem heen kruipt. Zo'n springstaart is ongeveer 3mm lang, kun je goed zien hoe klein de hooiwagen is.

Platybunus pinetorum juveniel
Platybunus pinetorum juveniel

Platybunus pinetorum juveniel
Platybunus pinetorum juveniel

Platybunus pinetorum juveniel
Platybunus pinetorum juveniel 01-10-2011

Platybunus pinetorum juveniel
Platybunus pinetorum juveniel 14-10-2011

 

Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis

Evenals Platybunus overwintert de voorjaarshooiwagen als juveniel. Hij wordt april tot eind juli volwassen. Lichaamslengte vrouwtjes tot 7mm, mannetjes tot 4.5mm. De mannetjes zijn licht geel bruin, de vrouwtjes iets donkerder bruin met een duidelijke zadel tekening die bij de mannen ontbreekt. De oogheuvel vormt een belangrijk determinatie kenmerk, een hoge, getande diep ingesneden verhoging.
16-09-2011 Het is me gelukt een kleine (enkele mm) voorjaarhooiwagen te vinden die even wil poseren. Duidelijk zijn weer de verhoudingsgewijs grote oogheuvel die erg donker is in vergelijking met de voorgaande soort, bovendien zie je hier op de oogheuvel ook kleine tandjes.

Voorjaars hooiwagen, Rilaena
    triangularis juveniel
Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis juv

Voorjaars hooiwagen, Rilaena
    triangularis juveniel
Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis juv

Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis
Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis

Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis
Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis

Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis
Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis

Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis
Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis

Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis
Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis

 

Ter vergelijking: Voorjaarshooiwagen en Platybunus pinetorum

Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis
Voorjaars hooiwagen, Rilaena triangularis

Platybunus pinetorum vrouw
Platybunus pinetorum vrouw

 

Bedankt

Graag wil ik Joost Vogels, Arp Kruithof en Hay Wijnhoven bedanken voor de grote hoeveelheid informatie die ze me hebben verschaft via het forum van Waarneming.nl. Hierdoor werd mijn interesse in de hooiwagens sterk aangewakkerd.

 

literatuur:

  • Cuppen, J.G.M. 1994. Dicranopalpus ramosus, a new species of harvestman for the Netherlands (Opilionida: Phalangiidae). — Entomologische Berichten, Amsterdam 54: 176-178.
  • Spoek, G.L. 1975. De hooiwagens (Oplionida) van Nederland. — Wetenschappelijke Mededelingen knnv 50: 1-32.
  • Martin, O.Y. & Goodacre, S.L. 2009. Widespread infections by the bacterial endosymbiont Cardinium in arachnids — 2009. The Journal of Arachnology 37:106-108
  • Meijer, J. 1973. Some remarks on the systematics of the Mitostoma chrysomelas group (Arichnida, Opilionida Nemastomatidae) — Zoologische mededelingen Leiden deel 46 no 9 blz 117-127
  • Weele, R. van der 1993. Opilio canestrinii nieuw voor de Nederlandse fauna (Opilionida: Phalangiidae). — Entomologische Berichten, Amsterdam 53: 91.
  • Wijnhoven, H. & P. Koomen 1997. Nemastoma bimaculatum in Nederland (Arachnida: Opilionida). — Nederlandse Faunistische Mededelingen 7: 5-6.
  • Wijnhoven, H. 1998a. De kleine hooiwagen Nemastoma dentigerum Canestrini (Opilionida, Nemastomatidae). — Nieuwsbrief Spined 13: 1-5.
  • Wijnhoven, H. 1998b. De hooiwagen Platybunus pinetorum, nieuw voor de fauna van Nederland (Opiliones: Phalangiidae). — Entomologische Berichten, Amsterdam 59: 233-237.
  • Wijnhoven, H. 2005. De hooiwagen Nelima sempronii nieuw voor Nederland (Opiliones: Phalangiidae). — Nederlandse Faunistische Mededelingen 22: 1-6.
  • Wijnhoven, H. 2007 de hooiwagen Nelima doriae nieuw voor nederland (arachnida: opiliones). — Nederlandse Faunistische Mededelingen 26: 69-75.
  • Wijnhoven, H. Schöhofer, A.L. & Martens, J. 2007 An unidentified harvestman Leiobunum sp. alarmingly invading Europe (Arachnida: Opiliones). — Arachnol.Mitt. 34: 27-38.
  • Wijnhoven, H. (2011) Notes on the biology of the unidentified invasive harvestman Leiobunum sp. (Arachnida: Opiliones). Arachnologische Mitteilungen, Vol.41, pp.17-30.
  • Wijnhoven, H. & Noordijk, J. 2011 Platybunus pinetorum, een volgende hooiwagen die Nederland verovert (Opiliones: Phalangiidae) — Nederlandse Faunistische Mededelingen 36: 9-14.

 

 

 

 

 

 

omhoog

site online: 13-12-2009
last site update 18-05-2012

2009-2012 ontwerp & foto's © Jan J van Duinen